Naar de inhoud
SVHhalen
Menu
Horecamedewerkers in een restaurant die zich voorbereiden op het SVH Examen

Gratis oefenen

Gratis SVH proefexamen Sociale Hygiëne

Test of je klaar bent voor het SVH Examen. Twintig vragen uit het hele examenprogramma, met na elke vraag uitleg. Zonder account en zonder e-mailadres.

Zet JavaScript aan om het proefexamen te maken met score. Hieronder staan alle vragen met het goede antwoord.

  1. 1. Hoe oud moet de leidinggevende van een horecabedrijf volgens de Alcoholwet minimaal zijn?
    Toon het goede antwoord

    21 jaar

    De Alcoholwet eist dat een leidinggevende van een horeca- of slijtersbedrijf minstens 21 jaar oud is. Dat geldt ook voor wie dagelijks leidinggeeft op de werkvloer.

  2. 2. Wat betekent 'Sociale Hygiëne'?
    Toon het goede antwoord

    Rekening houden met elkaar en respect hebben voor elkaars lichamelijke en geestelijke gezondheid

    Sociale hygiëne gaat over hoe je met andere mensen omgaat. Je houdt rekening met elkaar en je hebt respect voor de gezondheid van lichaam en geest van de ander.

  3. 3. Wat omvat het begrip ‘ethiek’?
    Toon het goede antwoord

    de vraag wat moreel of immoreel gedrag is

    Ethiek gaat over de vraag welk gedrag moreel is, dus past bij de normen en waarden, en welk gedrag immoreel is.

  4. 4. Na afloop van een drukke avond in discotheek ‘WOW’ bespreekt bedrijfsleider Willem onder het genot van een drankje twee gebeurtenissen van die avond met de medewerkers. Hoe noemt men zo’n bijeenkomst?
    Toon het goede antwoord

    debriefing

    Een bespreking aan het einde van een dienst heet een nabespreking of debriefing. Je kijkt dan samen terug op wat goed ging en wat beter kan.

  5. 5. Een vrouw aan tafel 9 heeft twintig minuten geleden eten besteld en zit nu te wachten op haar bestelling. Ze trommelt met haar vingers op de tafel en kijkt ieder ogenblik op haar horloge. Welke vorm van communicatie vindt hier plaats?
    Toon het goede antwoord

    non-verbale communicatie

    De vrouw zegt niets, maar laat met haar vingers en haar blik op het horloge zien dat ze ongeduldig is. Communiceren met lichaamstaal heet non-verbale communicatie.

  6. 6. De gast geeft aan dat er een stukje plastic in zijn eten zit. Wat voor soort klacht is dit?
    Toon het goede antwoord

    een gegronde klacht

    Plastic in het eten is een feit en geen mening van de gast. Een klacht die op feiten berust, is een gegronde klacht.

  7. 7. Wat is een voorbeeld van een subjectieve klacht?
    Toon het goede antwoord

    een klacht over de smaak van de wijn

    Over smaak verschillen mensen van mening. Een klacht die voortkomt uit persoonlijke smaak of verwachting is een subjectieve klacht.

  8. 8. Hoe kan men negatief gedrag van gasten bij een klacht in positief gedrag veranderen?
    Toon het goede antwoord

    Door correct en gastgericht te blijven werken

    Als je zelf negatief terugreageert, versterken jullie elkaars gedrag. Door correct en gastgericht te blijven werken, geef je de gast de kans om ook weer positief te reageren.

  9. 9. Leidinggevende Julia vraagt bij de ingang van de discotheek 2 meisjes om hun legitimatie. Ze zien er erg jong uit en Julia vermoedt dat ze nog geen 18 jaar zijn. De meisjes weigeren hun legitimatie te tonen, waarop Julia de meisjes niet binnenlaat. Wie doet hier iets fout?
    Toon het goede antwoord

    Er wordt door niemand een fout gemaakt. Julia mag om legitimatie vragen, maar de meisjes zijn niet verplicht om deze te tonen

    Alleen de politie mag eisen dat iemand zich legitimeert. Julia mag er wel om vragen, en als de meisjes weigeren, is dat voor haar een goede reden om ze niet binnen te laten.

  10. 10. In welke stap bij het handhaven van regels worden de zeven W's gebruikt?
    Toon het goede antwoord

    controleren

    De zeven W's helpen je om de feiten van een overtreding op een rij te zetten. Dat doe je bij controleren: je stelt eerst vast wat er precies is gebeurd, voordat je corrigeert of een sanctie geeft.

  11. 11. Welk onderwerp kan voor een ondernemer van een horecabedrijf zinvol zijn om met de politie te bespreken?
    Toon het goede antwoord

    Wanneer assistentie gevraagd kan worden

    Met de politie (vaak de horecacoördinator) maak je vooraf afspraken, bijvoorbeeld over wanneer je de politie om hulp vraagt. Zo weet iedereen wat hij kan verwachten als het misgaat.

  12. 12. Welke onderdelen van een huisregel worden in onderstaand voorbeeld aangegeven? Het is verboden op het terras zelf meegebrachte consumpties te nuttigen. Wanneer u zich hier niet aan houdt, wordt u verzocht het terras te verlaten.
    Toon het goede antwoord

    de sanctie en de inhoud

    De eerste zin zegt wat niet mag: dat is de inhoud. De tweede zin zegt wat er gebeurt als je je er niet aan houdt: dat is de sanctie. Een doel wordt niet genoemd.

  13. 13. Een gast bestelt bij barman Bart een dubbele whisky. Bart zegt dat in het bedrijf de regel geldt dat men geen dubbele whisky schenkt. De gast vraagt of de klant geen koning meer is. Hierop zegt Bart: "Meneer, wij hebben nou eenmaal deze regel, ik heb hem ook niet gemaakt." Waarom is de laatste reactie van Bart onjuist?
    Toon het goede antwoord

    Hij verschuilt zich achter de regel van het bedrijf

    Met "ik heb hem ook niet gemaakt" geeft Bart aan dat hij zelf niet achter de regel staat. Beter is begrip tonen en uitleggen waarom de regel er is.

  14. 14. Wat voor soort gedrag vertoont de gast in het onderstaande voorbeeld? Een gast heeft te veel gedronken en je spreekt hem hier op aan. De gast reageert hierop door een mes te trekken.
    Toon het goede antwoord

    D-gedrag

    Een mes laten zien is een bedreiging met je gedrag, ook als er nog niet gestoken wordt. Dat valt onder gewelddadig gedrag, D-gedrag.

  15. 15. Wat is de beste oplossing om effectief op te kunnen treden bij groepsgedrag?
    Toon het goede antwoord

    dat het gesprek met één groepslid, bij voorkeur de leider, wordt gevoerd

    Met een hele groep praten werkt slecht, omdat iedereen door elkaar praat. Praat daarom met één persoon, liefst de leider, en maak hem verantwoordelijk voor de groep.

  16. 16. Wat valt onder C-gedrag?
    Toon het goede antwoord

    treiteren

    C-gedrag is gericht op jou als persoon, zoals treiteren, uitschelden en seksuele intimidatie. Fysiek geweld is D-gedrag en kritiek op de handhaving is B-gedrag.

  17. 17. Wat moet een leidinggevende doen bij verborgen regelovertreding?
    Toon het goede antwoord

    het vermoeden van regelovertreding aangeven

    Je hebt de overtreding niet zelf gezien, dus je kunt alleen zeggen dat je een vermoeden hebt en een waarschuwing geven. Een sanctie opleggen of doen alsof je het wel zag, voelt voor de gast als een valse beschuldiging.

  18. 18. Wat moet een bedieningsmedewerker volgens het gespreksmodel 'Agressie en geweld' het eerste doen in het onderstaande voorbeeld? Een gast zegt tegen de bedieningsmedewerker: 'Hé lelijke trut, jij kunt vast nooit zo'n knappe vent als ik bij je in bed krijgen hè?'
    Toon het goede antwoord

    het gedrag negeren

    De eerste stap bij treiterende of beledigende opmerkingen is het gedrag negeren: je laat je niet uitdagen. Stopt de gast niet, dan beschrijf je daarna het gedrag en roep je hem tot de orde.

  19. 19. Wat bereikt een barmedewerker door een meter afstand te bewaren tussen een gast en zichzelf wanneer hij de gast aanspreekt op ongewenst gedrag?
    Toon het goede antwoord

    Dat de gast zich niet bedreigd voelt

    Mensen voelen zich veilig als er minstens een meter tussen jou en hen zit. Sta je te dichtbij, dan voelt de gast zich eerder bedreigd en kan het uit de hand lopen.

  20. 20. In zijn café moet Pim ‘nee’ verkopen. De gast blijft tegenwerkend gedrag vertonen, ook al voert Pim de ombuigstrategie goed uit. Wat moet Pim nu doen?
    Toon het goede antwoord

    de gast een waarschuwing geven

    Werkt de gast na het ombuigen nog steeds niet mee, dan is de volgende stap een waarschuwing. Je laat de gast kiezen: meewerken of weg. Pas als dat niet helpt, voer je de sanctie uit.

  21. 21. Rianne is een matige gebruikster van alcoholhoudende drankjes. Zij is nu zwanger, en nog steeds matig met het gebruik van alcohol. Het huidige alcoholgebruik van Rianne kan men het best omschrijven als:
    Toon het goede antwoord

    Alcoholmisbruik

    Ook een kleine hoeveelheid alcohol is misbruik als je drinkt in een situatie waarin dat niet hoort, zoals tijdens een zwangerschap. Het gaat dus niet alleen om hoeveel iemand drinkt.

  22. 22. Welke van de volgende uitspraken is juist?
    Toon het goede antwoord

    Met een volle maag duurt het langer voordat de effecten van alcohol optreden

    Als je vooraf hebt gegeten, komt de alcohol langzamer in je bloed en merk je de effecten later en minder sterk. Koffie helpt niet om sneller nuchter te worden: alleen tijd breekt alcohol af.

  23. 23. Tijdens een verjaardagsfeestje thuis zorgt de jarige van 18 er voor dat zijn 14-jarige neefje zoveel alcohol drinkt dat deze dronken wordt. Wie is hier volgens de wetgever strafbaar?
    Toon het goede antwoord

    De jongen van 18

    Volgens het Wetboek van Strafrecht is iemand strafbaar die een persoon jonger dan 18 jaar dronken maakt. Dat geldt voor iedereen, ook thuis, dus de jongen van 18 is strafbaar.

  24. 24. Waarop dient een horecaondernemer toe te zien wanneer hij een dronken gast uit zijn zaak verwijdert?
    Toon het goede antwoord

    Dat de gast niet in hulpbehoevende staat verkeert

    Een dronken gast die hulp nodig heeft, zet je niet zomaar op straat. In dat geval bel je de politie, die bepaalt wat er met de gast moet gebeuren.

  25. 25. Een gast heeft een forse hoeveelheid cocaïne gebruikt. Welk soort gedrag kan van deze gast verwacht worden?
    Toon het goede antwoord

    Slecht kunnen luisteren en agressief gedrag

    Cocaïne is een stimulerende drug. Gebruikers luisteren slecht, zijn overtuigd van hun eigen gelijk, raken snel geïrriteerd en kunnen agressief worden.

  26. 26. Wat bepaalt de onderverdeling van drugs in harddrugs en softdrugs?
    Toon het goede antwoord

    De schadelijkheid voor de gezondheid

    Harddrugs zijn schadelijker voor je gezondheid dan softdrugs. Daarom worden drugs op basis van die schade ingedeeld in harddrugs en softdrugs.

  27. 27. Hoeveel gram hasj mag men maximaal in bezit hebben in Nederland zonder daarvoor vervolgd te worden?
    Toon het goede antwoord

    5 gram

    Door het gedoogbeleid wordt iemand met maximaal 5 gram hasj of wiet voor eigen gebruik niet vervolgd. De politie mag de drugs wel in beslag nemen.

  28. 28. Onder welke wet valt lachgas sinds 1 januari 2023?
    Toon het goede antwoord

    De Opiumwet

    Lachgas viel vroeger onder de Warenwet en was daardoor makkelijk te koop. Sinds 1 januari 2023 staat het op lijst II van de Opiumwet.

  29. 29. Bedieningsmedewerker Johan ziet een gast een sigaret opsteken in het café. Johan wil de gast hierop aanspreken. Welk gespreksmodel kan hij het beste gebruiken?
    Toon het goede antwoord

    Het gespreksmodel Openlijke Regelovertreding

    Johan ziet zelf dat de gast binnen rookt, dus de overtreding is niet te ontkennen. Daarvoor gebruik je het gespreksmodel Openlijke regelovertreding.

  30. 30. Welke verslaving kan het gevolg zijn van het gebruik van tabak?
    Toon het goede antwoord

    lichamelijke verslaving en geestelijke verslaving

    Nicotine zorgt ervoor dat het lichaam steeds weer om tabak vraagt en dat rokers blijven verlangen naar het prettige gevoel. Iemand kan dus lichamelijk en geestelijk afhankelijk worden van tabak.

  31. 31. Welke stof in tabak heeft verslavende eigenschappen?
    Toon het goede antwoord

    Nicotine

    Nicotine is de stof in tabak die stimuleert en verslaafd maakt. Teer is schadelijk, maar maakt niet verslaafd. MDMA is de werkzame stof in XTC.

  32. 32. In de Tabaks- en rookwarenwet wordt de term 'aanverwante producten' benoemd.  Welke van de onderstaande producten is NIET een aanverwant product?
    Toon het goede antwoord

    Een waterpijp

    Een waterpijp wordt gevuld met tabak en valt dus onder de tabaksproducten. Aanverwante producten zijn onder meer e-sigaretten (met en zonder nicotine), navulverpakkingen en kruidenproducten om te roken.

  33. 33. Wat wordt verstaan onder 'tunneleffect'?
    Toon het goede antwoord

    Het gezichtsveld van de probleemgokker wordt beperkt tot de gokautomaat zelf, dit wordt tunneleffect genoemd

    Bij een tunneleffect is een speler zo gericht op het gokken dat hij alleen het spel nog ziet. Daardoor is het soms lastig om contact met hem te maken.

  34. 34. Noem 2 voorschriften die op basis van de kansspelwetgeving zichtbaar moeten zijn voor de gast?
    Toon het goede antwoord

    Het toevalskarakter is niet te beïnvloeden en spelen onder de 18 niet toegestaan

    Op de voorkant van een kansspelautomaat moet onder meer staan dat je het toeval niet kunt beïnvloeden en dat spelen onder de 18 jaar niet mag. Een verbod onder de 16 jaar of een tekst over kans op verlies staat niet in de regels.

  35. 35. Wat mag de bedieningsmedewerker toestaan bij een gast van 18 jaar die een alcoholische drank bestelt en op de gokkast wil spelen?
    Toon het goede antwoord

    de bedieningsmedewerker mag de gast een biertje geven en op de gokkast laten spelen

    Voor alcohol en voor spelen op een kansspelautomaat geldt dezelfde minimumleeftijd: 18 jaar. Een gast van 18 mag dus allebei.

  36. 36. Waarin verschilt een kansspelautomaat bij Holland Casino van een kansspelautomaat in een café?
    Toon het goede antwoord

    Bij Holland Casino is de maximale inzet 50 euro per spel en is de winst niet gemaximeerd

    Bij Holland Casino mag je tot 50 euro per spel inzetten en is de winst niet begrensd. In een café is de inzet veel lager en de winst ook beperkt.

  37. 37. Onder welke hoofdoorzaak van brand valt onderstaande situatie? Er is vlam in de pan en de medewerker probeert deze te blussen met water.
    Toon het goede antwoord

    Onwetendheid

    Wie water op brandend vet gooit, weet niet dat dit gevaarlijk is. Brand door gebrek aan kennis valt onder onwetendheid.

  38. 38. Waar moet je op letten bij buitenverlichting?
    Toon het goede antwoord

    dat deze bestand is tegen vernieling

    Goede verlichting buiten helpt om alles te zien en schrikt mensen met slechte bedoelingen af. Die verlichting moet wel tegen vernieling kunnen, anders is ze snel kapot.

  39. 39. Onder welke wet vallen Horecaportiers?
    Toon het goede antwoord

    Onder de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

    Horecaportiers vallen onder de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. In die wet staan eisen zoals een minimumleeftijd van 18 jaar en een screening door de politie.

  40. 40. Wie heeft de bevoegdheid om de minimale vloeroppervlakte van een horecabedrijf te verhogen?
    Toon het goede antwoord

    de gemeente

    De Alcoholwet noemt een minimale vloeroppervlakte. De gemeente mag die eis in een eigen verordening strenger maken.

Deze oefenvragen komen uit de vragenbank van de drie opleiders achter deze site en zijn gecontroleerd tegen het SVH-theorieboek Sociale Hygiëne (5e druk, 2025). Het zijn geen vragen uit het echte SVH Examen. We slaan niets op van wat je invult.

Zo werkt het echte SVH Examen

Vragen
40 meerkeuzevragen
Geslaagd
minimaal 29 goed, dus maximaal 11 fout
Tijd
40 minuten
Waar
altijd op een examenlocatie, onder toezicht

Er is geen gedeeltelijke score en geen aftrek per fout: het gaat alleen om het aantal goede antwoorden. Heb je er 28 goed, dan ben je gezakt. Het examen maak je nooit thuis. Neem een geldig identiteitsbewijs mee; een minimumleeftijd voor het examen is er niet.

Computerexamen of schriftelijk examen

Welke vorm je krijgt, hangt af van hoe je je voorbereidt.

Computerexamen

Bij de videotraining en de e-learning. Je plant het zelf in, binnen een jaar, op een van de 18 examenlocaties. Aan het eind zie je meteen of je geslaagd bent.

Schriftelijk examen

Bij de dagcursus. Je maakt het aansluitend op je lesdag, op dezelfde locatie, en ziet binnen 24 uur online of je geslaagd bent.

In beide gevallen krijg je je diploma en resultaatbrief samen per post, uiterlijk binnen tien werkdagen. Het SVH Diploma blijft daarna altijd geldig.

Waar gaan de vragen over?

De stof voor het examen staat in de tien hoofdstukken van het SVH-theorieboek. De oefenvragen hier zijn gelijk over die hoofdstukken verdeeld.

  1. 1Sociale hygiëne en de Alcoholwet
  2. 2Omgaan met gasten
  3. 3Regelhandhaving
  4. 4Risicogedrag bij regelhandhaving
  5. 5Gespreksmodellen
  6. 6Alcohol
  7. 7Drugs
  8. 8Tabak
  9. 9Gokken
  10. 10Veiligheidsvoorzieningen

Echt goed voorbereid

Twintig vragen laten zien waar je staat. Bij elke cursus van de drie opleiders krijg je toegang tot de online proefexamens met meer dan 450 oefenvragen, en het SVH Examen zit in de prijs.

Online, in je eigen tempo

Sociale Hygiëne Videotraining

Videolessen, het officiële theorieboek en onbeperkt oefenexamens. Jij bepaalt wanneer je studeert en wanneer je examen doet.

Ongeveer 4 tot 9 uur studie

€ 394,-btw-vrij€ 375,-excl. btw€ 395,-btw-vrij

Bekijk deze cursus →

Online, volledig digitaal

SVH E-learning Sociale Hygiëne

De e-learning van SVH zelf, zonder boek. Volledig digitaal doorwerken en daarna examen doen.

Ongeveer 5 tot 7 uur studie, drie maanden toegang

€ 344,-btw-vrij€ 325,-excl. btw€ 345,-btw-vrij

Bekijk deze cursus →

Klassikaal, op 22 locaties

Sociale Hygiëne Dagcursus

Eén dag les van een ervaren trainer, en aan het eind van diezelfde dag je examen.

Eén dag, 09:00 tot 17:30

€ 574,-btw-vrij€ 575,-excl. btw€ 575,-btw-vrij

Bekijk deze cursus →

Liever in het Engels? Take the practice exam in English.